CO129-160 - Public Offices - 1872 — Page 296

CO129 Colonial Office Hong Kong Records 理藩院香港檔案 All AI Reviewed

ARTICLE I.

The Netherland Government shall be at liberty to recruit and engage labourers for the Netherland Colony of Surinam in the Indian territories belonging to Great Britain, and to embark emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for that purpose, under the conditions hereinafter stipulated.

ARTICLE II.

The Netherland Government shall intrust the direction of its operations in every centre of recruitment to an Agent chosen by itself.

Those Agents must be approved by the British Government.

Such approval is assimilated, with regard to the right of granting and withdrawal, to the exequatur given to Consular Agents.

ARTICLE III.

This recruitment shall be effected conformably to the regulations which now exist, or may hereafter be established, for the recruitment of labourers for British Colonies; and it is distinctly understood that the effect of the present Convention is not to give to the Netherland Government, at any time or place, any privilege whatever in respect of emigration, which is not at the same time and place enjoyed by the British Colonies.

ARTICLE IV.

The Netherland Agent shall, with regard to the operations of recruitment which are intrusted to him, enjoy for himself and for the persons whom he may employ, all the facilities and advantages afforded to the recruiting agents for British Colonies.

ARTICLE V.

The Government of Her Britannic Majesty shall appoint in those ports where emigrants may be embarked, an Agent who shall be specially charged with the care of their interests.

ARTICLE VI.

No emigrant shall be embarked unless the Agent described in the preceding Article shall have been enabled to satisfy himself that his engagement is voluntary, that he has a perfect knowledge of the nature of his contract, or the place of his destination, of the probable length of his voyage, and of the different obligations and advantages connected with his engagement.

ARTICLE VII.

The contracts of service, with the exception provided for by section 4 of Article IX, and by section 2 of Article X, shall be made in India, and shall either bind the emigrant to serve a person designated by name, or to serve a person to whom he shall be allotted by the proper authority, on his arrival in the Colony.

ARTICLE VIII.

The contracts shall, moreover, make stipulation for-

1. The duration of the engagement, at the expiration of which the emigrant shall receive a return passage to India at the expense of the Netherland Government, and the terms on which it will be competent to him to renounce his right to a free return-passage.

2. The number of days and hours of work.

3. The wages, and rations (in case rations are given), as well as the rate of payment for extra work, and all the advantages promised to the emigrant.

4. Gratuitous medical treatment for the emigrant, except in cases where, in the opinion of the proper Government officer, his illness shall have arisen from his own misconduct.

In every contract of engagement there shall be inserted an exact copy of Articles IX, X, XIX, and XX, of the present Convention.

ARTICLE IX.

1. The duration of the immigrant's engagement shall not be more than five years. In case, however, he shall be duly proved to have absented himself from work, he shall be bound to serve a number of days equal to the time of his absence.

2. At the expiration of that period, every Indian who shall have attained the age of ten years at the time of his departure from India shall be entitled to a return passage at the expense of the Netherland Government.

3. If he can show that his conduct has been regular, and that he has the means of subsistence, he may be allowed to reside in the Colony without any engagement; but from that time he will lose his right to a free return-passage.

ARTIKEL 1.

De Nederlandsche Regering zal de bevoegdheid hebben werklieden voor de Nederlandsche kolonie Suriname te werven en aantenemen in de Indische gewesten, die aan Groot-Brittannië toebehooren en de emigranten in te schepen in de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indië, die daartoe later door het Britsch Indische bestuur zullen worden aangewezen, op de hier achter bedongen voorwaarden.

ARTIKEL II.

De Nederlandsche Regering zal in elk middelpunt van aanwerving hare operatien toevertrouwen aan een door haarzelve gekozen Agent.

Deze keuzen moeten door het Britsche Gouvernement worden goedgekeurd.

Zulk eene goedkeuring staat, wat het recht van haar te verleenen en in te trekken aangaat, gelijk met het exequatur, hetwelk aan de Consulaire Agenten verleend wordt.

ARTIKEL III.

De aanwerving zal geschieden overeenkomstig de regelen, welke nu bestaan of later zullen worden vastgesteld op de aanwerving van werklieden voor Britsche koloniën, en men is uitdrukkelijk overeengekomen, dat ten gevolge dezer overeenkomst aan de Nederlandsche Regering, noch te eeniger tijd, noch te eeniger plaatse, eenig privilege zal verleend worden op het stuk van emigratie, 't welk niet ter zelfder tijde en ter zelfder plaatse door de Britsche koloniën zal genoten worden.

ARTIKEL IV.

De Nederlandsche agent zal, wat betreft de bem opgedragen wervingsoperatien, voor zichzelf en voor de personen, van wie hij zich mogt bedienen, al de gerieflijkheden en voordeelen genieten, die aan de wervingsagenten voor de Britsche koloniën zijn verleend.

ARTIKEL V.

De Regering van Hare Britsche Majesteit zal in de havens, waar emigranten mogen worden ingescheept, een agent aanstellen, in het bijzonder belast met de zorg voor hunne belangen.

ARTIKEL VI.

Geen emigrant zal mogen worden ingescheept, tenzij de in het vorig artikel genoemde agent in staat zij geweest zich te overtuigen, dat zijne verbindtenis vrijwillig is, dat hij volmaakt kennis draagt van den aard van zijne overeenkomst, van de plaats zijner bestemming, van den vermoedelijken duur zijner reis en van de verschillende verplichtingen en voordeelen uit zijne verbindtenis voortvloeiende.

ARTIKEL VII.

De overeenkomsten van dienst, uitgezonderd die, welke bedoeld worden in § 4 van Artikel IX, en in § 2 van Artikel X, zullen in Indië gesloten worden, en zullen den emigrant verbinden bij zijne aankomst in de Kolonie, tot het dienen of van een bij name aangeduid persoon, of van den persoon, aan wien hij door de gestelde overheid zal worden toegewezen.

ARTIKEL VIII.

De overeenkomsten zullen bovendien bedingen bevatten betreffende-

1. Den duur van de verbindtenis, na afloop waarvan de emigrant recht heeft op vrijen terugtogt naar Indië, ten koste van de Nederlandsche Regering, en de voorwaarden waarop het hem zal vrijstaan van het recht van vrijen terugtogt af te zien;

2. Het aantal der werkdagen en werkuren;

3. Het loon, de rantsoenen, indien zij gegeven worden, als ook de wijze van betaling van buitengewoon werk, en al de aan den emigrant beloofde voordeelen;

4. Kostelooze geneeskundige behandeling van den emigrant, behalve in de gevallen dat zijne ziekte, volgens het oordeel van de daartoe door het bestuur aangewezen deskundigen, ten gevolge van wangedrag door eigen schuld zal zijn ontstaan.

In elk contract of elke verbindtenis zal opgenomen zijn een afschrift der Artikelen IX, X, XIX, en XX van deze overeenkomst.

ARTIKEL IX.

1. De duur van de verbindtenis van een immigrant zal niet langer zijn dan van vijf jaren. In geval echter dat hem behoorlijk bewezen zal zijn dat hij vrijwillig het werk verzuimd heeft, zal hij verplicht zijn daarenboven een gelijk aantal dagen te werken, als hij verzuimd heeft.

2. Na verloop van dat tijdvak zal elke Indier, die den leeftijd van tien jaren bereikt had bij zijn vertrek uit Indië, het recht hebben op vrijen terugtogt naar Indië op kosten van de Nederlandsche Regering.

3. Indien hij kan bewijzen dat zijn gedrag goed is geweest, en dat hij eigen middelen van bestaan heeft, kan hem vergund worden in de Kolonie te verblijven, zonder eenige verbindtenis, maar van dat oogenblik af aan, verliest hij het recht op vrije terugreis.

Page 294

Edit History

2026-05-20 22:06:41 · NVIDIA / meta/llama-4-maverick-17b-128e-instruct
Live
View comparison
AI Proofread
ARTICLE I. The Netherland Government shall be at liberty to recruit and engage labourers for the Netherland Colony of Surinam in the Indian territories belonging to Great Britain, and to embark emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for that purpose, under the conditions hereinafter stipulated. ARTICLE II. The Netherland Government shall intrust the direction of its operations in every centre of recruitment to an Agent chosen by itself. Those Agents must be approved by the British Government. Such approval is assimilated, with regard to the right of granting and withdrawal, to the exequatur given to Consular Agents. ARTICLE III. This recruitment shall be effected conformably to the regulations which now exist, or may hereafter be established, for the recruitment of labourers for British Colonies; and it is distinctly understood that the effect of the present Convention is not to give to the Netherland Government, at any time or place, any privilege whatever in respect of emigration, which is not at the same time and place enjoyed by the British Colonies. ARTICLE IV. The Netherland Agent shall, with regard to the operations of recruitment which are intrusted to him, enjoy for himself and for the persons whom he may employ, all the facilities and advantages afforded to the recruiting agents for British Colonies. ARTICLE V. The Government of Her Britannic Majesty shall appoint in those ports where emigrants may be embarked, an Agent who shall be specially charged with the care of their interests. ARTICLE VI. No emigrant shall be embarked unless the Agent described in the preceding Article shall have been enabled to satisfy himself that his engagement is voluntary, that he has a perfect knowledge of the nature of his contract, or the place of his destination, of the probable length of his voyage, and of the different obligations and advantages connected with his engagement. ARTICLE VII. The contracts of service, with the exception provided for by section 4 of Article IX, and by section 2 of Article X, shall be made in India, and shall either bind the emigrant to serve a person designated by name, or to serve a person to whom he shall be allotted by the proper authority, on his arrival in the Colony. ARTICLE VIII. The contracts shall, moreover, make stipulation for- 1. The duration of the engagement, at the expiration of which the emigrant shall receive a return passage to India at the expense of the Netherland Government, and the terms on which it will be competent to him to renounce his right to a free return-passage. 2. The number of days and hours of work. 3. The wages, and rations (in case rations are given), as well as the rate of payment for extra work, and all the advantages promised to the emigrant. 4. Gratuitous medical treatment for the emigrant, except in cases where, in the opinion of the proper Government officer, his illness shall have arisen from his own misconduct. In every contract of engagement there shall be inserted an exact copy of Articles IX, X, XIX, and XX, of the present Convention. ARTICLE IX. 1. The duration of the immigrant's engagement shall not be more than five years. In case, however, he shall be duly proved to have absented himself from work, he shall be bound to serve a number of days equal to the time of his absence. 2. At the expiration of that period, every Indian who shall have attained the age of ten years at the time of his departure from India shall be entitled to a return passage at the expense of the Netherland Government. 3. If he can show that his conduct has been regular, and that he has the means of subsistence, he may be allowed to reside in the Colony without any engagement; but from that time he will lose his right to a free return-passage. ARTIKEL 1. De Nederlandsche Regering zal de bevoegdheid hebben werklieden voor de Nederlandsche kolonie Suriname te werven en aantenemen in de Indische gewesten, die aan Groot-Brittannië toebehooren en de emigranten in te schepen in de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indië, die daartoe later door het Britsch Indische bestuur zullen worden aangewezen, op de hier achter bedongen voorwaarden. ARTIKEL II. De Nederlandsche Regering zal in elk middelpunt van aanwerving hare operatien toevertrouwen aan een door haarzelve gekozen Agent. Deze keuzen moeten door het Britsche Gouvernement worden goedgekeurd. Zulk eene goedkeuring staat, wat het recht van haar te verleenen en in te trekken aangaat, gelijk met het exequatur, hetwelk aan de Consulaire Agenten verleend wordt. ARTIKEL III. De aanwerving zal geschieden overeenkomstig de regelen, welke nu bestaan of later zullen worden vastgesteld op de aanwerving van werklieden voor Britsche koloniën, en men is uitdrukkelijk overeengekomen, dat ten gevolge dezer overeenkomst aan de Nederlandsche Regering, noch te eeniger tijd, noch te eeniger plaatse, eenig privilege zal verleend worden op het stuk van emigratie, 't welk niet ter zelfder tijde en ter zelfder plaatse door de Britsche koloniën zal genoten worden. ARTIKEL IV. De Nederlandsche agent zal, wat betreft de bem opgedragen wervingsoperatien, voor zichzelf en voor de personen, van wie hij zich mogt bedienen, al de gerieflijkheden en voordeelen genieten, die aan de wervingsagenten voor de Britsche koloniën zijn verleend. ARTIKEL V. De Regering van Hare Britsche Majesteit zal in de havens, waar emigranten mogen worden ingescheept, een agent aanstellen, in het bijzonder belast met de zorg voor hunne belangen. ARTIKEL VI. Geen emigrant zal mogen worden ingescheept, tenzij de in het vorig artikel genoemde agent in staat zij geweest zich te overtuigen, dat zijne verbindtenis vrijwillig is, dat hij volmaakt kennis draagt van den aard van zijne overeenkomst, van de plaats zijner bestemming, van den vermoedelijken duur zijner reis en van de verschillende verplichtingen en voordeelen uit zijne verbindtenis voortvloeiende. ARTIKEL VII. De overeenkomsten van dienst, uitgezonderd die, welke bedoeld worden in § 4 van Artikel IX, en in § 2 van Artikel X, zullen in Indië gesloten worden, en zullen den emigrant verbinden bij zijne aankomst in de Kolonie, tot het dienen of van een bij name aangeduid persoon, of van den persoon, aan wien hij door de gestelde overheid zal worden toegewezen. ARTIKEL VIII. De overeenkomsten zullen bovendien bedingen bevatten betreffende- 1. Den duur van de verbindtenis, na afloop waarvan de emigrant recht heeft op vrijen terugtogt naar Indië, ten koste van de Nederlandsche Regering, en de voorwaarden waarop het hem zal vrijstaan van het recht van vrijen terugtogt af te zien; 2. Het aantal der werkdagen en werkuren; 3. Het loon, de rantsoenen, indien zij gegeven worden, als ook de wijze van betaling van buitengewoon werk, en al de aan den emigrant beloofde voordeelen; 4. Kostelooze geneeskundige behandeling van den emigrant, behalve in de gevallen dat zijne ziekte, volgens het oordeel van de daartoe door het bestuur aangewezen deskundigen, ten gevolge van wangedrag door eigen schuld zal zijn ontstaan. In elk contract of elke verbindtenis zal opgenomen zijn een afschrift der Artikelen IX, X, XIX, en XX van deze overeenkomst. ARTIKEL IX. 1. De duur van de verbindtenis van een immigrant zal niet langer zijn dan van vijf jaren. In geval echter dat hem behoorlijk bewezen zal zijn dat hij vrijwillig het werk verzuimd heeft, zal hij verplicht zijn daarenboven een gelijk aantal dagen te werken, als hij verzuimd heeft. 2. Na verloop van dat tijdvak zal elke Indier, die den leeftijd van tien jaren bereikt had bij zijn vertrek uit Indië, het recht hebben op vrijen terugtogt naar Indië op kosten van de Nederlandsche Regering. 3. Indien hij kan bewijzen dat zijn gedrag goed is geweest, en dat hij eigen middelen van bestaan heeft, kan hem vergund worden in de Kolonie te verblijven, zonder eenige verbindtenis, maar van dat oogenblik af aan, verliest hij het recht op vrije terugreis. Page 294
Baseline (Original)
ARTICLE I. The Netherland Government shall be at liberty to recruit and engage labourers for the Netherland Colony of Surinam in the Indian territories belonging to Great Britain, and to embark emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for that purpose, under the conditions here- inafter stipulated. ARTICLE II. The Netherland Government shall intrust the direction of its operations in every centre of recruitment to an Agent chosen by itself. Those Agents must be approved by the British Government. Such approval is assimilated, with regard to the right of granting and withdrawal, to the exequatur given to Cousular Agents. ARTICLE III. This recruitment shall be effected con- formably to the regulations which now exist, or may hereafter be established, for the recruitment of labourers for British Colonies; and it is distinctly understood that the effect of the present Convention is not to give to the Netherland Government, at any time or place, any privilege whatever in respect of emigration, which is not at the same time and place enjoyed by the British Colonies. ARTICLE IV. The Netherland Agent shall; with regard to the operations of recruitment which are intrusted to him, enjoy for himself and for the persons whom he may employ, all the facilities and advantages afforded to the recruiting agents for British Colonies. ARTICLE V. The Government of Her Britannic Majesty shall appoint in those ports where emigrants may be embarked, an Agent who shall be specially charged with the care of their interests. ARTICLE VI. No emigrant shall be embarked unless the Agent described in the preceding Article shall have been enabled to satisfy himself that his engagement is voluntary, that he has a perfect knowledge of the nature of ARTIKEL 1. De Nederlandsche Regering zal de be- voegdheid hebben werklieden voor de Neder- landsche kolonie Suriname te werven en aantenemen in de Indische gewesten, die aan Groot-Brittannie toebehooren en de emigranten in te schepen in de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indie, die daartoe later door het Britsch Indische bestuur zullen worden aangewezen, op de hier achter bedongen voorwaarden. ARTIKEL II. De Nederlandsche Regering zal in elk middelpunt van aanwerving hare operatien toevertrouwen aan een door haarzelve geko- zen Agent. Deze keuzen moeten door het Britsche Gouvernement worden goedgekeurd. Zulk eene goedkeuring staat, wat het regt van haar te verleenen en in te trekken aan- gaat, gelijk met het exequatur, hetwelk aan de Consulaire Agenten verleend wordt. ARTIKEL III. De aanwerving zal geschieden overeen- komstig de regelen, welke nu bestaan of later zullen worden vastgesteld op de aanwerving van werklieden voor Britsche kolonien, en men is uitdrukkelijk overeengekomen, dat ten gevolge dezer overeenkomst aan de Nederlandsche Regering, noch te eeniger tijd, noch te eeniger plaatse, eenig privilegie zal verleend worden op het stuk van emi- gratie, 't welk niet ter zelfder tijde en ter zelfder plaatse door de Britsche kolonien zal genoten worden. ARTIKEL IV, De Nederlandsche agent zal, wat betreft de bem opgedragen wervings operatien, voor zichzelf en voor de personen, van wie hij zich mogt bedienen, al de gerieflijkheden ́en voordeelen genieten, die aan de wervings- agenten voor de Britsche kolonien zijn verleend. ARTIKEL V. De Regering van Hare Britsche Majesteit zal in de havens, waar emigranten mogen worden ingescheept, een agent aanstellen, in het bijzonder belast met de zorg voor hunne belangen. ARTIKEL VI. · Geen emigrant zal mogen worden inge- scheept, tenzij de in het vorig artikel ge noemde agent in staat zij geweest zich te overtuigen, dat zijne verbindtenis vrijwillig is, dat hij volmaakt kennis draagt van den his contract, of the place of his destination, of the probable length of his voyage, and of the different obligations and advantages connected with his engagement. ARTICLE VII. The contracts of service, with the excep tion provided for by section 4 of Article IX, and by section 2 of Article X, shall be made in India, and shall either bind the emigrant to serve a person designated by name, or to serve a person to whom he shall be allotted by the proper authority, on his arrival in the Colony. ARTICLE VIII. The contracts shall, moreover, make stipu- lation for- 1. The duration of the engagement, at the expiration of which the emigrant shall receive a return passage to India at the expense of the Netherland Government, and the terms on which it will be competent to him to renounce his right to a free return-passage. 2. The number of days and hours of work. : 3. The wages, and rations (in case rations are given), as well as the rate of payment for extra work, and all the advantages promised to the emigrant. 4. Gratuitous medical treatment for the emigrant, except in cases where, in the opinion of the proper Government officer, his illness shall have arisen from his own misconduct. In every contract of engagement there shall be inserted an exact copy of Articles IX, X, XIX, and XX, of the present Con- vention. ARTICLE IX. 1. The duration of the immigrant's en- gagement shall not be more than five years. In case, however, he shall be duly proved to have absented himself from work, he shall be bound to serve a number of days equal to the time of his absence. 2. At the expiration of that period, every Indian who shall have attained the age of ten years at the time of his departure from India shall be entitled to a return passage at the expense of the Netherland Government. 3. If he can show that his conduct has been regular, and that he has the means of subsistence, he may be allowed to reside in the Colony without any engagement; but from that time he will lose his right to a free return-passage. 3 aard van zijne overeenkomst, van de plaats zijner bestemming, van den vermoedelijken duur zijner reis en van de verschillende verpligtingen en voordeelen uit zijne verbind- tenis voortvloeijende. ARTIKEL VII. De overeenkomsten van dienst, uitgezon- derd die, welke bedoeld worden in § 4 van Artikel IX, en in § 2 van Artikel X, zullen in Indie gesloten worden, en zullen den emigrant verbinden bij zijne aankomst in de Kolonie, tot het dienen of van een bij name aangeduid persoon, of van den persoon, aan wien hij door de gestelde overheid zal worden toegewezen. ARTIKEL VIII. De overeenkomsten zullen bovendien bedingen bevatten betreffende- 1. Den duur van de verbindtenis, na afloop waarvan de emigrant regt heeft op vrijen terugtogt naar Indie, ten koste van de Nederlandsche Regering, en de voor- waarden waarop het hem zal vrijstaan van het regt van vrijen terugtogt aftezien ; 2. Het aantal der werkdagen en werk- uren; 3. Het loon, de rantsoenen, indien zij ge- geven worden, als ook de wijze van betaling van buitengewoon werk, en al de aan den emigrant beloofde voordeelen ; 4. Kostelooze geneeskundige behandeling van den emigrant, behalve in de gevallen dat zijne ziekte, volgens het oordeel van de daartoe door het bestuur aangewezen des- kundigen, ten gevolge van wangedrag door eigen schuld zal zijn ontstaan. In elk contract of elke verbindtenis zal opgenomen zijn een afschrift der Artikelen IX, X, XIX, en XX van deze overeenkomst. ARTIKEL IX. 1. De duur van de verbindtenis van een immigrant zal niet langer zijn dan van vijf jaren. In geval echter dat hem behoorlijk bewezen zal zijn dat hij vrijwillig het werk verzuimd heeft, zal hij verpligt zijn daarenboven een gelijk aantal dagen te werken, als hij verzuimd heeft. 2. Na verloop van dat tijdvak zal elke Indier, die den leeftijd van tien jaren bereikt had bij zijn vertrek uit Indie, het regt hebben op vrijen terugtogt naar Indie op kosten van de Nederlandsche Regering. van 3. Indien hij kan bewijzen dat zijn gedrag goed is geweest, en dat hij eigen middelen bestaan heeft, kan hem vergund worden in de Kolonie te verblijven, zonder eenige verbindtenis, maar van dat oogenblik af aan, verliest hij het regt op vrije terugreis. 294
2026-05-20 22:06:41 · Baseline
View content

ARTICLE I.

The Netherland Government shall be at liberty to recruit and engage labourers for the Netherland Colony of Surinam in the Indian territories belonging to Great Britain, and to embark emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for that purpose, under the conditions here- inafter stipulated.

ARTICLE II.

The Netherland Government shall intrust the direction of its operations in every centre of recruitment to an Agent chosen by itself.

Those Agents must be approved by the British Government.

Such approval is assimilated, with regard to the right of granting and withdrawal, to the exequatur given to Cousular Agents.

ARTICLE III.

This recruitment shall be effected con- formably to the regulations which now exist, or may hereafter be established, for the recruitment of labourers for British Colonies; and it is distinctly understood that the effect of the present Convention is not to give to the Netherland Government, at any time or place, any privilege whatever in respect of emigration, which is not at the same time and place enjoyed by the British Colonies.

ARTICLE IV.

The Netherland Agent shall; with regard to the operations of recruitment which are intrusted to him, enjoy for himself and for the persons whom he may employ, all the facilities and advantages afforded to the recruiting agents for British Colonies.

ARTICLE V.

The Government of Her Britannic Majesty shall appoint in those ports where emigrants may be embarked, an Agent who shall be specially charged with the care of

their interests.

ARTICLE VI.

No emigrant shall be embarked unless the Agent described in the preceding Article shall have been enabled to satisfy himself that his engagement is voluntary, that he has a perfect knowledge of the nature of

ARTIKEL 1.

De Nederlandsche Regering zal de be- voegdheid hebben werklieden voor de Neder- landsche kolonie Suriname te werven en aantenemen in de Indische gewesten, die aan Groot-Brittannie toebehooren en de emigranten in te schepen in de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indie, die daartoe later door het Britsch Indische bestuur zullen worden aangewezen, op de hier achter bedongen voorwaarden.

ARTIKEL II.

De Nederlandsche Regering zal in elk middelpunt van aanwerving hare operatien toevertrouwen aan een door haarzelve geko- zen Agent.

Deze keuzen moeten door het Britsche Gouvernement worden goedgekeurd.

Zulk eene goedkeuring staat, wat het regt van haar te verleenen en in te trekken aan- gaat, gelijk met het exequatur, hetwelk aan de Consulaire Agenten verleend wordt.

ARTIKEL III.

De aanwerving zal geschieden overeen- komstig de regelen, welke nu bestaan of later zullen worden vastgesteld op de aanwerving van werklieden voor Britsche kolonien, en men is uitdrukkelijk overeengekomen, dat ten gevolge dezer overeenkomst aan de Nederlandsche Regering, noch te eeniger tijd, noch te eeniger plaatse, eenig privilegie zal verleend worden op het stuk van emi- gratie, 't welk niet ter zelfder tijde en ter zelfder plaatse door de Britsche kolonien zal genoten worden.

ARTIKEL IV,

De Nederlandsche agent zal, wat betreft de bem opgedragen wervings operatien, voor zichzelf en voor de personen, van wie hij zich mogt bedienen, al de gerieflijkheden ́en voordeelen genieten, die aan de wervings- agenten voor de Britsche kolonien zijn verleend.

ARTIKEL V.

De Regering van Hare Britsche Majesteit zal in de havens, waar emigranten mogen worden ingescheept, een agent aanstellen, in het bijzonder belast met de

zorg voor hunne belangen.

ARTIKEL VI. ·

Geen emigrant zal mogen worden inge- scheept, tenzij de in het vorig artikel ge noemde agent in staat zij geweest zich te overtuigen, dat zijne verbindtenis vrijwillig is, dat hij volmaakt kennis draagt van den

his contract, of the place of his destination, of the probable length of his voyage, and of the different obligations and advantages connected with his engagement.

ARTICLE VII.

The contracts of service, with the excep tion provided for by section 4 of Article IX, and by section 2 of Article X, shall be made in India, and shall either bind the emigrant to serve a person designated by name, or to serve a person to whom he shall be allotted by the proper authority, on his arrival in the Colony.

ARTICLE VIII.

The contracts shall, moreover, make stipu- lation for-

1. The duration of the engagement, at the expiration of which the emigrant shall receive a return passage to India at the expense of the Netherland Government, and the terms on which it will be competent to him to renounce his right to a free return-passage.

2. The number of days and hours of work.

:

3. The wages, and rations (in case rations are given), as well as the rate of payment for extra work, and all the advantages promised to the emigrant.

4. Gratuitous medical treatment for the emigrant, except in cases where, in the opinion of the proper Government officer, his illness shall have arisen from his own misconduct.

In every contract of engagement there shall be inserted an exact copy of Articles IX, X, XIX, and XX, of the present Con-

vention.

ARTICLE IX.

1. The duration of the immigrant's en- gagement shall not be more than five years. In case, however, he shall be duly proved to have absented himself from work, he shall be bound to serve a number of days equal to the time of his absence.

2. At the expiration of that period, every Indian who shall have attained the age of ten years at the time of his departure from India shall be entitled to a return passage at the expense of the Netherland Government.

3. If he can show that his conduct has been regular, and that he has the means of subsistence, he may be allowed to reside in the Colony without any engagement; but from that time he will lose his right to a free return-passage.

3

aard van zijne overeenkomst, van de plaats zijner bestemming, van den vermoedelijken duur zijner reis en van de verschillende verpligtingen en voordeelen uit zijne verbind- tenis voortvloeijende.

ARTIKEL VII.

De overeenkomsten van dienst, uitgezon- derd die, welke bedoeld worden in § 4 van Artikel IX, en in § 2 van Artikel X, zullen in Indie gesloten worden, en zullen den emigrant verbinden bij zijne aankomst in de Kolonie, tot het dienen of van een bij name aangeduid persoon, of van den persoon, aan wien hij door de gestelde overheid zal worden toegewezen.

ARTIKEL VIII.

De overeenkomsten zullen bovendien bedingen bevatten betreffende-

1. Den duur van de verbindtenis, na afloop waarvan de emigrant regt heeft op vrijen terugtogt naar Indie, ten koste van de Nederlandsche Regering, en de voor- waarden waarop het hem zal vrijstaan van het regt van vrijen terugtogt aftezien ;

2. Het aantal der werkdagen en werk-

uren;

3. Het loon, de rantsoenen, indien zij ge- geven worden, als ook de wijze van betaling van buitengewoon werk, en al de aan den emigrant beloofde voordeelen ;

4. Kostelooze geneeskundige behandeling van den emigrant, behalve in de gevallen dat zijne ziekte, volgens het oordeel van de daartoe door het bestuur aangewezen des- kundigen, ten gevolge van wangedrag door eigen schuld zal zijn ontstaan.

In elk contract of elke verbindtenis zal opgenomen zijn een afschrift der Artikelen IX, X, XIX, en XX van deze overeenkomst.

ARTIKEL IX.

1. De duur van de verbindtenis van een immigrant zal niet langer zijn dan van vijf jaren. In geval echter dat hem behoorlijk bewezen zal zijn dat hij vrijwillig het werk verzuimd heeft, zal hij verpligt zijn daarenboven een gelijk aantal dagen te werken, als hij verzuimd heeft.

2. Na verloop van dat tijdvak zal elke Indier, die den leeftijd van tien jaren bereikt had bij zijn vertrek uit Indie, het regt hebben op vrijen terugtogt naar Indie op kosten van de Nederlandsche Regering.

van

3. Indien hij kan bewijzen dat zijn gedrag goed is geweest, en dat hij eigen middelen bestaan heeft, kan hem vergund worden in de Kolonie te verblijven, zonder eenige verbindtenis, maar van dat oogenblik af aan, verliest hij het regt op vrije terugreis.

294

Comments

Approved members can add comments, bookmarks, and private notes.

No comments yet.

Private Research Note

Private notes are available after approval.